Abdij van Combelongue
De Abdij
werdt gesticht in 1138 door de Graaf van Pallars, Pallars was een groot
Graafschap bij Aragon op de zuidelijke hellingen van de Pyreneën.De Pallars
waren een heel invloedrijke familie in Spanje met bloedlijnen naar de Koning van
Frankrijk. Ze hadden land aan zowel
de zuid- als de noordkant van de Pyreneën. De Graaf stichtte de Abdij
voor een van zijn zonen, Antoine, die de eerste Abt van Combelongue werdt. Lodewijk VII was gast op de Abdij toen
hij op weg was naar St.Jacques de Compostelle in 1154. De Abdij was rijk en
welvarend tot in de veertiende eeuw. Dat werd minder gedurende de religieuze
oorlogen, maar het zag zich te handhaven tot aan de Franse revolutie. Toen viel
het aan de Franse Staat en later werd het privé bezit.
Men weet dat
de Abdij twee maal zo groot was als het nu is en waarschijnlijk zelfs groter.
Het had een Romaanse stijl kerk waarvan een groot gedeelte nog steeds staat.
Een karakteristiek is dat het een transept had die hoger was dan de naaf.
Bezijden de kerk was een klooster met een afmeeting van 38 bij 38 meter. Het
klooster van de Abdij van Moissac meet 42 bij 42. Het is dus voor te stellen
hoe belangerijk de Abdij van Combelongue was in die tijd.
De Abdij
heeft twee karakteristieken die het een van de meest originele Romaanse
monumenten maakt in de Ariege.
Ten eerste is
de Abdij gebouwd met baksteen. Alle ander gebouwen van diezelfde tijd waren van
steen, een material dat in die streek letterlijk voor het oprapen ligt. Het
gebruik van baksteen was een welbewuste aesthetische keuze.
Ten
tweede de decoratieve motieven die werden
gebruikt, vooral op het exterieur. De bogen zijn niet rond zoals in Romaanse
bogen, maar zijn enigszins gespitst. Ze doen denken aan Mudéjar kunst, also ok
vele andere decoratieve elementen in de Abdij. Mudéjar kunst is de invloed van
Arabische kunst in westerse bouw methoden nadat de Christenen Zuid Europa weer
her veroverden. Nadat de Moren waren verslagen bleven er ook wat achter, vooral
in Spanje, vaak werkten ze als metselaars. Ze werden Mudéjar genoemd, Aldus die
naam voor die kunst stijl. Het is opvallend dat hun kunst overal in Spanje te
vinden is maar nauwelijks in Zuid Frankrijk. De verklaring wat Combelongue
betreft is dat de Graaf van Pallars een architect overbracht van Spanje. De
Abdij onderging verschillende keren herbouwingen na de religieuze oorlogen wat
het gebruik van gewone steen in gedeeltes van de muren verklaart.
Fragmenten
van het klooster zijn tentoongestelt en nu en dan wordt er nog steeds een stuk
gevonden, zoals bijvoorbeeld een pilaar. Een inwoner van Rimont vond er een die
gebruikt was in de trapleuning van zijn huis. De vriendelijke man heeft het
gedoneerd aan de Abdij.
All photos copyright
© to ACW ten Broek
|